Laatst nagekeken: 2026-10-27
Je sluit een netwerkkabel aan op een RJ45-wandcontactdoos (keystone) door de mantel ongeveer 3 tot 5 cm af te stropen, de vier paren op kleur in de sleuven te leggen en ze met een inslagtool vast te zetten. Kies T568A of T568B en gebruik hem overal hetzelfde. Ontdraai de paren zo weinig mogelijk, en test daarna met een kabeltester.
Beide schema's werken even goed. Het enige verschil is dat het oranje en het groene paar van plaats wisselen. Fluke Networks en de Fiber Optic Association zeggen allebei hetzelfde: het maakt niet uit welke je kiest, zolang je ze niet mengt.
Van links naar rechts, pin 1 tot 8:
Welke in België het meest gebruikt wordt, kunnen we niet hard bevestigen. De bronnen zijn het er niet over eens: T568A wordt in de norm aanbevolen voor vaste bekabeling, maar T568B komt veel voor in woningen en bij netwerkapparatuur. Doe dit: kies er één, schrijf het op, en gebruik hem voor alle wandcontactdozen en het patchpaneel. Op elk dopje van een keystone staat meestal een kleurenschema voor A en voor B.
Zo weinig mogelijk. De Fiber Optic Association noemt als maximum 13 mm (een halve inch) voor Cat 5/5e/6/6A. Een andere gids is strenger voor hogere categorieën: ongeveer 6 mm bij Cat6 en 3 mm bij Cat6A. Houd je dus aan de strengste waarde in de handleiding van je keystone. Meer ontdraaien geeft meer overspraak en kan je snelheid beperken.
Niet te krap. De Fiber Optic Association waarschuwt dat Cat6 en Cat6A door hun stijvere opbouw een grotere buigstraal vragen. Een vuistregel uit een andere gids is minstens vier keer de kabeldikte (voor Cat6 ongeveer 25 mm). Dat is een richtwaarde, geen cijfer uit de norm: volg de opgave van de kabelfabrikant als je die hebt. Dit is ook een reden om voldoende ruimte in de inbouwdoos te laten.
Met een eenvoudige kabeltester controleer je de wiremap: zitten alle acht draden op de juiste pin, zonder onderbreking, kortsluiting of omgewisselde paren. Dat vangt de meeste fouten. Een certificatietest (meting van overspraak, verlies en vertraging volgens de norm) kan alleen met een dure meter van een installateur.
Wil je een gecertificeerde meting, bijvoorbeeld om te bewijzen dat een Cat6A-lijn aan de norm voldoet, dan heb je een installateur nodig. Voor een eigen woning volstaat meestal een wiremap-test. Ook voor veel punten tegelijk, of kabels die al in de muur zitten zonder dat je weet hoe ze lopen, is een professional vaak sneller.
De planner telt kabels en poorten, niet de aansluiting zelf. Je plaatst in de internetlaag wandcontactdozen (wall_outlet) en de planner berekent de kabellengte per punt, met standaard 500 mm reserve per uiteinde en 10 % afval. Hoeveel netwerkpunten je per kamer nodig hebt, lees je in netwerkaansluitingen per kamer. Welke kabel je kiest staat in netwerkkabel kiezen, en waar de kabels samenkomen in netwerkkast plaatsen.
Allebei werken. Belangrijk is dat je overal hetzelfde schema gebruikt, op beide uiteinden en op elk punt van het huis.
Ja, dan wissel je het oranje en het groene paar en krijg je een kruiskabel. Dat werkt meestal niet of traag op gewone netwerkapparatuur.
Ja, maar Cat6A is gevoeliger voor te veel ontdraaien. Lees de handleiding van de keystone en test achteraf.
Voor een eigen woning volstaat meestal een tester die de wiremap en de paren controleert. Een certificatiemeting is duur en vooral nuttig als je een garantie nodig hebt.
Dit is informatief en vervangt de installateur niet.
Open de planner