Laatst nagekeken: 2026-10-26
Je tekent een sanitaire installatie door eerst de kamers op schaal in te tekenen, daarna elk toestel tegen de juiste muur te zetten met zijn aansluithoogte, en ten slotte de waterinlaat, de boiler en de collector te kiezen. Op het resulterende plan zie je koud water blauw, warm water rood en een tweede watercircuit (zoals regenwater) groen, de kleuren die de watermaatschappij vraagt op het uitvoeringsplan voor de keuring.
Een tekening dwingt je om te beslissen waar het water nodig is vóór je sleuven slijpt. Je ziet hoeveel meter leiding en hoeveel aansluitingen je nodig hebt, en je kan kruisende leidingen beperken. Bovendien vraagt de keurder bij een nieuwe installatie een uitvoeringsplan en een toestellenlijst. In Vlaanderen is een keuring verplicht vóór de eerste ingebruikname en bij belangrijke wijzigingen, zo staat het bij Pidpa en De Watergroep.
Begin met de muren en kamers op schaal, in de juiste afmetingen. De planner rekent intern in millimeter, dus een muur van 3,60 m is ook echt 3,60 m. Toestellen kleven in de planner met hun achterkant aan een muur van de kamer waarin je ze zet. Een buitenkraan werkt omgekeerd: die staat tegen de buitenzijde van een buitenmuur.
Zet een toestel dus tegen de muur waar de leidingen straks inkomen. Denk aan de plaats van het afvoerpunt, want de afvoer komt meestal tussen de warm- en koudwateraansluiting van een lavabo of spoelbak uit. Plan de kranen eerst: de aansluitingen komen onder de plaats waar de kraan komt.
Dat verschilt per toestel en per merk. Bij een inbouwmengkraan voor douche of bad ligt de hoogte vast door de kraan zelf, bij een toilet, lavabo of spoelbak is het aftappunt vaak een punt waar nog een flexibele slang of kraan aan hangt. Gebruik daarom altijd de montagehandleiding van het toestel dat je koopt als referentie. Richtwaarden uit de praktijk liggen voor een douchekraan rond 1,10 m boven de douchebak en voor een lavabo rond een halve meter boven de vloer, maar dat zijn geen normen.
In de planner staat voor elk toestel een standaardhoogte die je per toestel kan aanpassen. Controleer ze tegen je eigen toestel: de planner gebruikt ze voor de verticale leidinglengte en dus voor de materiaallijst. Zijn ze fout, dan klopt je lijst niet.
De waterinlaat is waar de watermeter je woning binnenkomt, de boiler of doorstromer is je warmwaterbron. In de planner kan je er telkens één plaatsen per plan. De collector verdeelt het water naar de toestellen: per toestel loopt één leiding vanaf de collector. Zet hem dus centraal, zo dicht mogelijk bij de aftappunten, en houd de boiler dicht bij de plaatsen waar je vaak warm water vraagt. Een korte leiding naar de badkamer betekent minder wachttijd en minder warmteverlies.
Heb je meerdere verdiepingen, dan heb je per verdieping een collector nodig, verbonden via een stijgleiding. Regenwater krijgt een aparte collector, want het mag nooit met drinkwater in contact komen.
De planner rekent de leidingen door: je ziet per toestel hoe de leiding van de collector loopt, welke diameter ze heeft en welke wanddoorboringen nodig zijn. De materiaallijst telt buizen, fittingen en collectoren op, inclusief marge voor snijverlies.
Voor het uitvoeringsplan geeft AquaFlanders deze kleuren aan: warm water rood, koud water blauw, een tweede watercircuit zoals regenwater groen. Dat staat letterlijk in hun voorbeeldformulier. De planner volgt die kleuren. Let wel op: in de voorbeeldtekening van AquaFlanders zelf wordt koud water in de legende groen en regenwater blauw getekend. Daarom is een duidelijke legenda op je plan belangrijk, en vraag je bij twijfel je keurder wat hij wil zien.
Nummer elk toestel op het plan, want de toestellenlijst verwijst naar die nummers. Daarin staan merk, type en referentie van elk toestel. Het plan mag met de hand of digitaal gemaakt zijn, zolang het de echte installatie weergeeft. Plan en lijst worden op het moment van de keuring door jou en de keurder getekend.
Voor een nieuwe aangesloten binneninstallatie moeten minstens deze toestellen geplaatst en aangesloten zijn, voor zover ze voorzien zijn: warmwaterproductie, centrale verwarming, toilet, bad en/of douche met kranen, keukenkraan, lavabo met kranen en een bijvulinstallatie voor tweedecircuitwater. Eén voorzien toestel mag nog ontbreken. Een kraan van een tweede circuit krijgt het pictogram 'geen drinkwater'.
Ja, voor de eerste ingebruikname en bij belangrijke wijzigingen aan de installatie, zegt de watermaatschappij. Dat kan door de maatschappij zelf of door een door AquaFlanders erkende keurder.
Warm water rood, koud water blauw en een tweede watercircuit zoals regenwater groen. Zet er een legenda bij.
Beide mag, zolang het een echte weergave is van je binneninstallatie.
Een inventaris van alle toestellen met nummer (zoals op het plan), plaats in de woning, beschrijving, merk, type en referentie. Je vult ze vooraf in en de keurder valideert ze.
Dat valt niet onder dit stappenplan. Regenwater heeft een eigen circuit; vraag je watermaatschappij of keurder wat daarvoor geldt.
Deze gids is informatief en vervangt noch de installateur, noch de keuring door de watermaatschappij.
Open de planner