Laatst nagekeken: 2026-10-27
Zijn de muren toch open, kies dan bekabelde access points aan het plafond, gevoed via PoE. Dat is stabieler en sneller dan een mesh die via de lucht met elkaar praat. Mesh blijft een goede noodoplossing als je echt geen kabel kunt trekken.
Een access point is een wifi-zender die je met een netwerkkabel aan je switch hangt. Elk punt krijgt de volle snelheid van de kabel. Een mesh-systeem bestaat uit knooppunten die elkaar via de lucht doorgeven wat ze ontvangen: de draadloze "backhaul". Dat is makkelijk te installeren, maar het kost snelheid.
Bij draadloze mesh delen de verbinding naar het volgende knooppunt en de verbinding naar je telefoon dezelfde radio, tenzij het toestel een aparte derde band voor de backhaul heeft. Een beschrijving van UniFi-mesh stelt dat elke sprong in een mesh vertraging toevoegt en de doorvoer verlaagt, en dat een mesh altijd een compromis is ten opzichte van een volledig bekabelde opstelling. Hoeveel je verliest, hangt van muren en afstand af. Een vaste vuistregel ("de helft") konden we niet met een bron staven.
Bij een bekabelde verbinding is dat probleem weg: de wifi-radio dient alleen voor je toestellen. Dat is precies waarom je tijdens een verbouwing, als de wanden open liggen, beter gelijk een UTP-kabel meetrekt. Zie ook loze leidingen voor je netwerk.
Je loopt van de keuken naar de tuin en je telefoon moet van punt wisselen zonder dat je gesprek hapert. Daar zijn drie standaarden voor. Met 802.11k geeft het access point een lijst van nabije punten, zodat je toestel sneller kan kiezen. Met 802.11v kan het punt voorstellen om naar een beter punt te gaan. Met 802.11r verloopt de beveiligingsstap bij het wisselen sneller. Het toestel beslist zelf: niet elk toestel ondersteunt ze. 802.11r kan bij oudere toestellen zelfs verbinden verhinderen, dus zet het aan met een test. Veel merken, zoals de Omada EAP613, vermelden "seamless roaming (802.11k/v/r)".
Mesh-systemen van providers doen dit ook automatisch. Telenet schrijft dat het toestel zich verbindt met de sterkste pod terwijl je door het huis loopt.
Het beste is centraal in de ruimte, op het plafond of hoog aan een muur, zonder grote metalen voorwerpen of muren ertussen. De Omada EAP613 laat een ceilingmount, wandmontage of montage op een inbouwdoos toe en geeft 115 m² als dekking voor een open ruimte. In een woning met betonnen vloeren en bakstenen muren is dat veel minder.
Telenet zegt dat gemiddeld een of twee pods per verdieping nodig zijn, afhankelijk van grootte, aantal ruimtes, binnenmuren en isolatie. Als vuistregel: begin met een access point per verdieping, en voeg er een toe als een kamer achter een dikke muur zwak blijft. Voor een zolder of tuinhuis lees je wifi op zolder, in de tuin of door beton. De planner berekent de dekking niet: je plaatst de punten zelf.
Niet noodzakelijk. Het kabelplan blijft hetzelfde: een access point met een gigabit- of multigigabitpoort werkt over dezelfde UTP-kabel. Een nieuwer toestel is een latere upgrade zonder breken. Wat de nieuwste standaarden concreet opleveren in een Belgische woning, konden we niet met een bron onderbouwen.
Via PoE: stroom en data over dezelfde kabel, zonder stopcontact aan het plafond. De EAP613 accepteert 802.3af PoE. Wat je daarvoor van je switch nodig hebt, lees je in PoE-switch voor je woning.
Niet altijd. Mesh is zinvol waar kabels trekken moeilijk of onmogelijk is. Je levert wel snelheid in als de knooppunten draadloos verbonden zijn.
Ja. Telenet laat pods verbinden via radiogolven of via een UTP-kabel. Een bekabelde verbinding is dan beter voor de doorvoer.
Niet voor een basisverbinding. 802.11k en 802.11v zijn optioneel voor de telefoon. 802.11r vraagt wel een compatibel toestel.
Meestal een of twee per verdieping. Dat hangt af van muren en materiaal, dus test eerst.
Dit is informatief en vervangt de installateur niet.
Open de planner